Wat is het het ATP CP-energiesysteem?

Creatine speelt een rol bij spiercontracties via het aanvullen van ATP, de energiebron voor spieren. ATP (Adenosinetrifosfaat) zijn energierijke moleculen met 3 aan elkaar verbonden fosfaten. Als een fosfaat losbreekt wordt er energie vrijgegeven. De taak van creatine is om de fosfaten aan te vullen om de ATP productie op gang te houden. Suppletie met creatine vergroot de hoeveelheid beschikbare brandstof voor ATP productie.

In het lichaam wordt creatine omgezet in een molecuul genaamd creatinefosfaat (CP) wat dient als een opslag reservoir voor het regenereren van ATP. ATP is de chemische energiebron van spiercontractie en snelle energie. Creatinefosfaat is een belangrijke bron van ATP-energie in spierweefsel.

Spiercellen beschikken over een beperkte hoeveelheid ATP, die slechts goed is voor enkele seconden maximale spierarbeid. Spiercellen moeten dus bij intensieve inspanning hun ATP-reserves aanvullen. De snelste manier waarop ze dat kunnen is door de afbraak van creatinefosfaat.

Het creatinefosfaat in de spier kan het ADP (adenosine difosfaat) opnieuw ‘opladen’ tot ATP, waardoor de spier weer over snelle energie beschikt. Vervolgens wordt de voorraad creatinefosfaat weer op peil gebracht door de verbinding van creatine aan een fosfaat molecuul in het lichaam.

ATP wordt het snelst opgeladen door de afbraak van creatinefosfaat waarna je weer 8-12 seconden maximale inspanning kunt leveren.

Actine en myosine

Laten we in een spiervezel kijken om precies te zien hoe dit werkt. Spiervezels bestaan uit vele korte segmenten, de zogenaamde sarcomeren. Elke sarcomeer bevat samentrekkende proteïnes, actine en myosine geheten. Het signaal om samen te trekken begint met een impuls van het zenuwstelsel. Er is vervolgens ATP nodig voor het in of uit elkaar laten schuiven van actine en myosine.

Actine en myosine zijn de onderdelen van de spieren die ervoor zorgen dat ze kunnen samentrekken. Als ze in elkaar schuiven wordt de spier korter. Om dit mogelijk te maken zijn 2 stoffen nodig; ATP en calcium

Als er zowel ATP als calcium aanwezig is gaan actine en myosine met elkaar koppelen waardoor de spiervezel korter wordt en dit gebeurt in de hele spier tegelijk waardoor je uiteindelijk een zo'n groot effect krijgt dat je biceps bv je onderarm kan bewegen ten opzichten van van je bovenarm.

Bij de splitsing van ATP (Adenosinetrifosfaat) in ADP (adenosine difosfaat)) en P (fosfaat) komt energie vrij. Deze energie wordt gebruikt om actine en myosine in of uit elkaar te laten schuiven. Vervolgens wordt er nog 1 ATP in ADP en P gesplitst. De energie die hierbij vrij komt, wordt gebruikt om myosine van actine los te koppelen.

Categorieën: Sportvoeding
Kunnen wij je verder helpen?